BLOGS

Waarom moeten de kinderen bij BalletYogaFysio specifieke balletschoentjes aanschaffen?
*Er zijn verschillende meningen over schoentjes met hele zool en zool in 2 delen. Bijvoorbeeld dat splitzolen alleen voor professionals zijn. Ik als ex-fysio en danseres heb daar mijn eigen visie op.

Even wat opheldering: Demi-pointes= half op je punten (tenen). Zo noemen we ook de gewone (‘slappe’) balletschoentjes. Pointes = punten dus Sur les pointes of En pointe = op de punten dansen: op spitzen dus, die harde.

Je begint met dansen op demi-pointes (op je tenen). Het kost jaren om voldoende ballettechniek (houding, coördinatie) en kracht in je core, benen en voeten…. te bereiken om vervolgens en pointe te dansen. (Spreek Frans uit An ‘Pwant’). Je oefent je voeten daarvoor door o.a. heel veel te pointen (in Nederland spreekt men het meestal uit op zijn Engels: poointen). Point is het wegstrekken van je voeten en flex is het volledig vouwen in je enkels met je tenen naar je neus toe.

Bij BalletYogaFysio beginnen de jongste kinderen met schoentjes met splitzolen. Echt? Ja echt. De leren zool is dan geen strip maar bestaat uit 2 ovalen die met flexibele stof verbonden zijn. Ik ben als vm fysiotherapeut van mening dat de voeten zo niet tegengehouden worden in het pointen. De voetjes zijn nog soepel en de kinderen kunnen zo voldoende hun soepelheid inzetten om volledig te leren pointen, waardoor die !soepelheid ook later behouden blijft! Ze leren dit te doen zonder er ‘bananen’ van te maken: het foutief naar binnen trekken met de sterkere spieren aan de groteteen-kant. !Wat sneller gebeurt als de voeten door een hele zool worden tegengehouden en het kind toch fanatiek is om ver de voet door te buigen! Bananen vind ik vies.

Vanaf 6 à 7 jaar kan een kind pas echt kracht gaan opbouwen. !Zie ook waarom het leren zwemmen op 5-jarige leeftijd zo ontzettend lang kan duren! Op deze leeftijd vraag ik de kinderen demi-pointes te dragen met een hele zool, de onderkant is stugger en geeft over een groter oppervlak contact met de vloer. Als we nu oefenen met pointen, moet het kind met de juist aangeleerde beweging (dus niet krom) de juiste spieren harder inzetten om tot de volledige strekking te komen. Zo worden de voetspieren aan de onderkant sterker. En krijg je geen dansers die alleen dankzij ‘knalkuiten’ hoog op hun tenen kunnen staan.
Daarnaast hebben kinderen vanaf deze leeftijd meer rust en coördinatie om een goede houding te leren op 1 been. Het balanceren op 1 voet (eerst nog op de hele, platte voet) wordt vergemakkelijkt met een hele zool. Als je eerst leert goed contact te maken met de vloer (goed je voet op de grond voelen) kun je later ook op kleinere oppervlakken staan (op demi-pointe of op je spitzen). Pas later gaan de kinderen dus weer over op splitzolen.

NB: wil je dat je kind meer gaat aarden, laat hem of haar dan ook op ballet gaan. Ballet is niet alleen licht en gaat niet alleen met het zwaartepunt omhoog, maar gaat net zo goed omlaag. De vloer voelen en in balans zijn, zijn immens belangrijk met ballet. Dit wordt denk ik zo, al schrijvende nu, het volgende onderwerp.

Aarden
Mijn dochter van 5 zit op de vrije school. Hier gaat het vaak over aarden en ‘in de onderste zintuigen komen’. Pas sinds ik volwassen ben, ervaar ik zelf hoe belangrijk aarden, ook bij ballet is. Balans was nooit mijn sterkste punt in de lessen. Toen ik de vloer beter ging gebruiken, werkte ik niet alleen efficiënter maar had ik ook meer balans op 1 been.

Ook kinderen hebben het soms extra nodig om te aarden. Ze kunnen hyper, angstig of soms ‘buiten zichzelf’ zijn. Álles dat je met bewegen doet, is dan goed. Spelen, gym, ballet, judo… met elk zijn eigen bijkomende voordelen.
In je lichaam komen, úit je hoofd.
Van de antroposofie heb ik de term je ‘onderste zintuigen’ geleerd. Dat is door mij vrij vertaald: bewegingszin, evenwichtszin en levenszin: je bent hier op aarde gekomen, dus sta er dan ook op met je voeten, own it. ….Om te voorkomen dat je geen zin hebt om hier te zijn (depressief wordt) of zodat je weet wat je moet doen om je goed en in evenwicht te voelen (voelen wat je wilt, wie je bent)….

Er speelt, ook bij mij lang zo geweest,  het misverstand dat ballet zweven is, voor in lichtroze geklede, breekbare meisjes. In klassiek ballet wordt de magische illusie gegeven dat de hoofdpersonen vliegen of zweven (zie het dansen op spitzen, het vele springen, de kostuums en verschijningen van geesten en feeën in veel balletstukken en het door de lucht gedragen worden door de partner). Dat is natuurlijk ook prachtig om bij weg te dromen. Maar dit is wel een illusie.

Test het maar. Je voelt het zelf al: hoe hoger je wil springen, hoe dieper je eerst door je knieën gaat. Op spitzen voel je: hoe meer je naar beneden gaat (‘denkt’), hoe beter je naar boven gaat en dus blijft staan. Dit komt door vormspanning in je lichaam, maar het is ook het lijntje die je houdt tussen aarde en hemel. Je voorstellingsvermogen helpt hier ook ontzettend om je lichaam te sturen. Niet voor niets gebruiken we beelden in kinderlessen als het touwtje aan je hoofd, stampen in de grond, je bent een ooiveaar, diep door je knieën, rol over de grond, beweeg als een elastiek, hijs je zeil en schuif dóor de vloer.

Wil je rechtop staan, dan moet je ergens tegen kunnen afzetten. Wat anders dan de grond. En waarmee anders dan met je voeten (in ballet dan). Wil je omhoog gaan dan moet je ook omlaag kunnen. Kom lekker in je onderste zintuigen met klassiek ballet!